Twijfels, groei en mijn plek in het onderwijs

Toen ik begon aan de lerarenopleiding Technisch Beroepsonderwijs aan Windesheim, wilde ik ontdekken of lesgeven iets voor mij was. Ik had al ervaring als vormgever en dacht: “misschien kan ik iets met mijn creativiteit in het onderwijs betekenen”. Al snel werd duidelijk dat onderwijs veel breder is dan alleen voor de klas staan. De opleiding gaf me inzicht in hoe scholen écht werken, en wat leerlingen nodig hebben om te groeien. “Ik begon met de vraag: past het onderwijs bij mij? Nu stel ik me vaker de vraag: hoe kan ík iets betekenen voor het onderwijs?”

1. Veiligheid als basis: de rol van de veiligheidscoördinator

Tijdens een bezoek aan het #Alma College zag ik hoe belangrijk een veilig pedagogisch klimaat is. Daar werken twee fulltime veiligheidscoördinatoren aan de fysieke én sociale veiligheid. Ze begeleiden leerlingen bij persoonlijke problemen en zorgen ervoor dat school een plek is waar iedereen zich gezien voelt. “Ik dacht altijd dat veiligheid ging over regels en toezicht. Maar het gaat vooral over vertrouwen en aanwezigheid.”

Wat ik leerde: zonder veiligheid kun je niet leren. En als docent ben je medeverantwoordelijk voor dat klimaat. Denk aan preventief handelen, signalen herkennen en duidelijkheid scheppen in gedrag. Veiligheid is geen extraatje, het is de bodem onder alles.

2. Eerste stappen in integratie: de kracht van het ISK-onderwijs

Op #het Stormink in Deventer bezocht ik de ISK-afdeling (Internationale Schakelklas). Hier krijgen jongeren die nog maar net in Nederland zijn de kans om de taal te leren en te wennen aan het Nederlandse onderwijssysteem. De sfeer was bijzonder warm en open: ouders liepen gewoon de klas in, en leerlingen werkten op hun eigen tempo. “In plaats van alles onder controle te houden, zag ik hier hoe goed het werkt als je loslaat en meegaat in het tempo van de leerling.”

Ik zag hoe belangrijk differentiatie is: aansluiten bij het niveau en de leefwereld van de leerling. En ik besefte hoe krachtig onderwijs kan zijn als brug naar participatie.

3. Leren door te doen: het praktijkonderwijs

Bij #Arkelstein kreeg ik een inkijkje in het praktijkonderwijs. Leerlingen leren hier door te maken en te proberen. In een les kunst en vormgeving werkte een leerling met een naaimachine. Niet foutloos, maar met veel lef. De docent corrigeerde niet, maar gaf ruimte. “Ik herkende de energie van ‘gewoon beginnen’ – eerst maken, dan praten. Daar zit vaak de grootste leerwinst.”

Een prachtig voorbeeld van ontwikkelingsgericht onderwijs, waar fouten maken mag. Het deed me denken aan mijn eigen MVI-achtergrond (Media, Vormgeving en ICT): ook daar draait het om leren door te creëren. En dat werkt, zeker bij doeners.

4. Vakoverstijgend onderwijs: creatief leren denken

Op het #Twickel College in Hengelo werd ik enthousiast van het ViP-onderwijs: vakken in projecten combineren. Leerlingen werken aan echte vraagstukken waarin kunst, maatschappijleer en taal samenkomen. De school noemt zichzelf een “creatieve stad”, en dat voelde ook zo. “Wat mij raakte: het ging niet om het goede antwoord, maar om het goede gesprek. Dat is pas écht onderwijs.”

Hier zag ik wat vakoverstijgend onderwijs kan betekenen: leerlingen leren verbanden leggen, samenwerken en zelfstandig werken. Dit sluit naadloos aan bij ontwerpgericht leren, waarin niet het antwoord maar de weg ernaartoe centraal staat.

5. Mentoraat: aandacht voor persoonlijke groei

Ook op het Alma College kreeg ik een inkijkje in het mentoraatsysteem. Als mentor help je leerlingen niet alleen met schoolzaken, maar ook met vragen over hun toekomst, gedrag en keuzes. Elke leerling heeft een loopbaandossier, waarin hij of zij leert reflecteren. “Ik dacht: ‘een mentor houdt alleen de cijfers bij’. Maar de mooiste gesprekken gingen juist over wie je wil zijn, niet over wat je haalt.”

Dit raakt aan loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB). Een mentor is niet alleen aanspreekpunt, maar ook coach. Die rol vraagt om vertrouwen, empathie en gestructureerde begeleiding. En ja, dat is iets anders dan “even een gesprekje voeren”.

Klassenmanagement: meer dan alleen orde houden

Tijdens mijn stage merkte ik hoe belangrijk klassenmanagement is. Hoe houd je de aandacht vast? Hoe leg je iets helder uit? Hoe zorg je dat leerlingen gemotiveerd blijven?

“De eerste keer dat een leerling écht naar mij luisterde, voelde als een overwinning. En als een begin.” Ik ontdekte dat goed klassenmanagement draait om duidelijke routines, heldere verwachtingen én relatie. De kunst is balans vinden tussen leidinggeven en ruimte geven. En dat leer je alleen door het te doen.

En nu? Onderwijs als inspiratiebron voor het ontwerpen

Na dit halfjaar wist ik: het onderwijs past bij mij, maar mijn hart ligt bij ontwerpen. Wat ik meeneem? Inzichten over hoe leerlingen leren, wat hen raakt en hoe je als docent daarin het verschil kunt maken. “Ik geloof dat een goed ontwerp begint bij goed luisteren. En in het onderwijs heb ik vooral geleerd om écht te luisteren.”

Ik wil me verder ontwikkelen als educatief ontwerper: iemand die lesmateriaal, leeromgevingen en projecten ontwikkelt die aansluiten bij de belevingswereld van jongeren. Deze opleiding gaf me niet alleen zicht op het beroep van docent, maar ook op mezelf. Ik weet nu beter waar ik energie van krijg, waar ik in geloof en wat ik kan bijdragen.

Die inzichten neem ik mee in mijn toekomst als educatief ontwerper – en wie weet, misschien ooit ook weer als docent. Want onderwijs en ontwerp liggen dichter bij elkaar dan ik dacht. Misschien kruisen de paden zich nog eens.

Wat ik in ieder geval zeker weet: ik wil bijdragen aan de groei van leerlingen. Of dat nou voor de klas is, of achter de schermen.